Zo zag Quick het: een hattrick, een kartel en een hoop ellende
woensdag 26 augustus 2026 · thuis · De redactie
De oefenwedstrijd tegen Quick 7 op het Oostersportpark bleef bij ons zonder verslag. Bij Quick niet. Daar verscheen een dag later een stuk waarin de 0-3 bijna bijzaak is, en dat leest als een aanklacht tegen de eigen club — geschreven door iemand die zijn ploeg duidelijk goed genoeg kent om er hard over te zijn.
De wedstrijd volgens Den Haag
Quick omschrijft ons als een peloton jonge, afgetrainde honden dat twee klassen hoger speelt, en zichzelf als een elftal waarvan de gemiddelde leeftijd tegen het pensioen aan schuurt. De nederlaag noemen ze even logisch als onvermijdelijk. Wel vinden ze dat ze zichzelf tekort deden: er lagen genoeg kansen, alleen bleven die stelselmatig liggen. Een spits die in de vijfde minuut oog in oog met de keeper weigerde de bal in de lege hoek te schuiven, komt er wat dat betreft het slechtst vanaf.
De 0-1 schrijven ze volledig op eigen conto. Een verdediger verliet zijn post, forceerde een pass door een overvol centrum, de bal bleef steken en wij mochten in de achtergelaten ruimte uitvoetballen. Na rust liep het volgens Quick zonder noemenswaardige versnelling uit naar 0-3.
Onze hoofdrolspeler
Het mooiste stuk gaat over Mark van Driel. Quick noteert dat het lokale publiek bezweert dat hij normaal gesproken de bal nog niet in een lege zee schiet, en dat hij vervolgens doodleuk een hattrick maakte. Dat is precies de zin die wij de komende maanden gaan hergebruiken — al vinden wij dat het publiek daar iets te makkelijk over doet.
Ook Daan wordt genoemd, zij het via een omweg. Quick viel op dat er een Verhoog op het wedstrijdformulier stond én een scheidsrechter die naar dezelfde naam luisterde, en verbindt dat aan een weddenschap tussen een van hun aanvoerders en een stiefbroer aan onze kant. Voor de duidelijkheid: dat is een grap, en zo lezen wij hem ook. Wij houden het erop dat drie doelpunten zich lastig laten omkopen.
Waar het bij Quick echt over gaat
De kern van het stuk is de eigen ellende. Hun aanvoerder gaf de band af, hun regisseur op het middenveld vertrok, en het gat dat hij achterliet is nu opgevuld door drie aanvoerders tegelijk — een driemanschap dat de schrijver zonder omhaal een kartel noemt en van bijnamen voorziet die je hier beter zelf kunt gaan lezen. Er stond een debutant in de basis die er zeven jaar uit was geweest, een veldspeler moest bij gebrek aan keepers het doel in, en drie man haalde het einde niet, onder wie iemand met een sleutelbeenbreuk. Beterschap daar.
Het stuk eindigt met een ploeg die na één oefenwedstrijd al een uitpuilende ziekenboeg heeft en tegen de bekercampagne in Leiden aankijkt als tegen een gang naar het schavot. Wij hopen voor ze dat het meevalt — en zouden zeggen: lees het origineel, want het is beter geschreven dan de meeste verslagen die wij tegenkomen.
Bron: Wassenaarse Weddenschappen en het Wankelende Triumviraat ↗ op de site van Quick 7.
